Uitgelicht

 

WELKOM!

 

web_4a

Speelmoment (2005) uit Sartres ‘Huis Clos‘.       foto: Thom Binksma ©

Ik ben geïnteresseerd in onderwerpen van allerlei aard. Zie de “Categorieën” in de rechterkolom. Ook kunt u zoeken in de zoekbalk rechtsboven. Deze weblog bestaat sinds 2004.

VEEL PLEZIER!

P.S. Trekt u zich s.v.p niets aan van eventuele reclame-uitingen!  U kunt natuurlijk ook een Ad-Blocker nemen.

 

T-shirt gedoe!

Het spijt me, maar ik ben nogal teleurgesteld in de kledingindustrie. Ja ik weet niet alleen dat die industrie enorm vervuilend kan zijn en eventueel misbruik van z’n werknemers niet uit de weg gaat. Dat mag duidelijk zijn, sterker nog, is zonneklaar, maar er zijn ergere dingen, véél erger: ik weet ook dat m’n laatstelijk verkregen T-shirts, en dat zijn er nogal wat, in het geheel niet meer onderaan de binnenkant voorzien zijn van een katoenen label! Of, en dat is hetzelfde, nagenoeg onzichtbaar, zoals een zwart lapjeflapje (zo noem ik ze altijd) genaaid aan de binnenkant van een zwart shirt. Zie je niet!! Toestanden!

Toestanden, dames en heren, die mij persoonlijk raken: als ik in no time een al of niet schoon shirt wil aantrekken, het liefst in het halfdonker (ik wens, in tegenstelling tot vroeger, m’n bovenlichaam geen show-carrière meer toe), wil ik binnen een oogwenk kunnen constateren of ik m’n gewaadje op de juiste manier aantrek, namelijk als volgt: als ‘k het vervangende kledingstuk bij de onderkant beetpak en vóór me op z’n kop hou, dien ik links aan de binnenzijde een duidelijk zichtbaar (het liefst wit dus!) flapje te zien zitten, opdat ik dan weet dat ik goed zit. Dáár vaar ik op! (Niks labelflapje in de nek, zie ik niet snel genoeg! Moet ik het shirt hooghouden. Daarop varen is niet mijn ding)! Goed, als het oké is met m’n bedoeld flapje, steek ik m’n armen snel in de daarvoor bestemde mouwtjes, linker links, rechter rechts, om een pikstart te kunnen maken met het kledingstuk in één vloeiende beweging over m’n kop te trekken (op een manier dat m’n haar niet in de war raakt; ook al is het halfdonker, ik bedoel zo ijdel ben ik dan ook wel weer ja). Dan nog even hier en daar wat schikken, en kláár! Echter met afwezige of moeizaam te ontwaren flapjes is het zoeken geblazen, vooral in het schemerdonker, en geeft dat allemaal extra werk. En men dient te weten dat ik never nooit zit te wachten op extra werk!!

Derhalve hierbij een oproep aan de kledingindustrie: verzuim a.u.b. niet katoenen labels aan door jullie gefabriceerde kledingstukken te naaien, uiteraard het liefst witte en altijd op de goede plek. Uniformiteit te allen tijde! Ik zou dan véél minder hoeven te mopperen en zou het leven voor mij een stuk makkelijker zijn..! 😉

In één keer goed!!!

Pythagoras & Het ideale Leven

Ja, even een klein beetje wiskunde, want Pythagoras, filosoof en wiskundige uit het oude Griekenland, heeft het in mijn ogen goed gezien. Ik wil hier de stelling van die Pythagoras gaarne gebruiken om, jazeker, het léven mee te duiden: hoe het ‘perfecte’ leven zich zou moeten voordoen.

Neem nou bovenstaande rechthoekige driehoek. Zo een driehoek heeft de eigenschap dat het een hoek van 90 graden heeft <—- hoek C. Pythagoras nu heeft beweerd en bewezen dat bij zo’n driehoek het kwadraat van de basiszijde b (dus b x b waarmee je een vierkant krijgt waarvan de zijden een lengte b hebben) plus het kwadraat van de verticale zijde a gelijk is aan het oppervlak van het vierkant dat je krijgt van het kwadraat van de schuine zijde c. Mathematisch uitgedrukt als (a x a) + (b x b) = (c x c), oftewel de stelling van Pythagoras.

Als we die vierkanten (vierkant a, vierkant b en vierkant c) nu stuk voor stuk in ogenschouw nemen wil ik het volgende daarover zeggen: laat ons nou de oppervlaktes van de vierkanten symbolisch vergelijken met het leven, met name het leven zoals dat inhoudelijk toch zou moeten zijn, wil het een beetje aangenaam en fatsoenlijk verlopen. Ik zie dan vierkant b, mijn vriendje, in m’n verbeelding als basis voor ‘de wetenschap‘. Waardevrije wetenschap, vrij van politieke misbruik, bestemd voor de ontwikkeling van mens & leven. Mijn grotere vriend, vierkant a, vul ik in met ‘de cultuur‘, kunst en cultuur als het ethisch-esthetische gerei van en voor de spelende mens.

Als ik m’n vriend a. en grotere vriend b. bij elkaar optel, wetenschap + cultuur dus, dan krijg ik volgens de mathematische stelling van Pythagoras de exacte oppervlakte van vierkant c dat ik hier tot symbool heb gesteld voor het leven, zoals dat er in mijn perceptie ideaal zou moeten uitzien. Het bloeiende leven, met de inhoud van vierkant c op zak, gezien als een prettige glijbaan van hoekpunt B naar hoekpunt A met een helling afhankelijk van de lengte van a. Zoef!!!, zo naar beneden, natuurlijk het liefst niet te snel, maar ik ga er vanuit dat er in deze door mij voorgestelde situatie van veel cultuur en wetenschap onderweg genoeg te doen is!

Je zou ook kunnen zeggen: hoe steiler de helling hoe gevoelsmatig langer en interessanter het leven! Je kan daaraan toevoegen dat hoe vlakker de helling (een kortere zijde a), hoe minder vol het leven, hoe intenser de ervaring van vooral negatieve eenzaamheid op de loer zou kunnen liggen (ik weet het: er bestaat ook positieve eenzaamheid, die als motor voor de creativiteit kan dienen).

Mijn afgeleide stelling van Pythagoras luidt dan: a in het kwadraat (cultuur) plus b in het kwadraat (wetenschap) is c in het kwadraat (het ideale leven)!

Zie hier nog even een YouTube animatie: De stelling van Pythagoras: een geanimeerde uitleg!

Fietstocht

Grappig, mijn droomherinneringen lieten het geheel afweten sinds ik een apneu-apparaat gebruik; ik slaap daardoor veel dieper en beschouw het ding dan toch ook als m’n vriendje. Ik wist soms nog wel dat ik gedroomd had, maar zodra ik ook maar een halve seconde aan iets anders dacht waren ze weg, die dromen. Geen grip meer op. Echter de laatste tijd ben ik bij het opstaan me verrassend bewust van het feit dat de dromen ondanks alles weer voorbijkomen en ook blijven hangen! Hier even een inkijkje in een droom die ik gisteren had, een uiterst maffe droom, maar toch. Hoe vreemd die ook mag lijken, ik kan alles wat er zich afspeelt wel verklaren, maar het duiden hou ik voor mezelf. Het gaat nu ook niet zozeer over wat ik droom maar over het feit dat ik m’n dromen weer bewust aan het worden ben en ze kan navertellen. Ben ik blij mee!

Hier de droom:

Daar zitten we dan, op de fiets. Op de fiets naar H., een afstand van ca. 20 km. Op zo’n driekwart van de rit bemerk ik dat het al een uur of 12 is, waardoor ik min of meer in paniek raak, omdat ik m’n medicijnen om 11 uur al had moeten innemen. Vergeten! Snel ommekeer maken? Nee, want omdat we al dicht bij ons doel zijn, dichtbij H., besluiten we snel door te fietsen om onze kennissen (A. en Z.) nog even te kunnen begroeten.

Bij aankomst omhels ik kort even meneer A. en dan zie ik mevr. Z. in haar grote schuur op een houten steiger zitten. Ze huilt en roept ons snikkend toe dat er een auto in volle vaart van buitenaf tegen haar schuurdeur is gebotst. En nu je het zegt, ja verdomd, de deur, bestaande uit twee deuren, is gans naar binnen geduwd en hangt er nonchalant bij.

Dan ontwaar ik aan de zijmuur van de schuur een Friese klok, zo’n lange staande klok met een gedeeltelijk glazen voorkant. Ik kijk door dat glas naar binnen en zie, hoe is het godsmogelijk, mevrouw Z. daarbinnen zitten voor een rij fietsen. Daarnet zat ze nog op die steiger! De klok bleek groter en ‘dieper’ dan ik had voorzien. Ze ziet me en roept me toe dat het aantal fietsen de tijd aangeeft. Het blijkt al 13 uur te zijn, want 13 fietsen. Ik schrik en denk aan m’n verzuimde medicijninname en beslis dat we als de donder naar huis moeten…

Kijk, ongeveer zo een klok!

Vervreemding

Geplaatst op 19 mei 2026

Ik maakte onlangs weer eens een ritje door mijn vorige woonomgeving. Jarenlang kende ik er elke weg en elk huis, maar ik was er al een paar jaar niet meer geweest. Wat me direct trof, was hoeveel er veranderd is.

Veel woningen zijn gerenoveerd of zelfs volledig herbouwd vanwege de aardbevingsschade. Sommige herkende ik nauwelijks nog. Een oude boerderij is verdwenen, de steenfabriek is er niet meer, en veel vertrouwde bomen hebben plaatsgemaakt voor nieuwe, die nu op andere plekken groeien.

Terwijl ik erdoorheen reed, overviel me een gevoel van vervreemding. Alsof de omgeving die ooit zo vertrouwd was, niet langer de mijne is. Het voelde als een beklemmend omhulsel dat zich om me heen sloot. Een gevoel van onomkeerbaarheid, alsof een hoofdstuk definitief is afgesloten.

Misschien hoort dat ook bij het ouder worden. Met mijn eenentachtig jaar besef ik steeds vaker dat niet alleen de wereld verandert, maar ook mijn plaats daarin. De herinneringen zijn gebleven, maar het landschap waarin ze thuishoren, is een ander geworden…

Substitutie

We leefden mee met onze kraaien, nu ja, eigenlijk waren het roeken en gode zij dank bleken roeken nu juist officieel een beschermde vogelsoort! We voelden hoezeer die zwarte vogels, per definitie flink eigenzinnig, genoten van hun vrijheid. Vliegbeesten met hun slaapplekken vooral hóóg in de bomen. Hoe ze dan massaal, aan het einde van de dag tegen zonsondergang, waaróm mag Joost weten, in één keer gezamenlijk op konden stijgen uit een honderdtal nesten over een lengte van zo’n 200 m. Rondjes cirkelend. Je kon erop zitten wachten dat dat stond te gebeuren! Dat was een prachtig gezicht en ze droegen daarmee ook zonder te weten natuurlijk een beetje vrijheidsgevoel aan ons, de verrukte toeschouwers, over. En een kabáál! Mijn god wát een kabaal, maar dat was onderdeel der natuur, dus niet zozeer problematisch voor óns. ’s Nachts waren ze netjes stil. Veel lieden wilden ze weg hebben, die zwarte vogels, juist vanwege het lawaai, maar de eindeloze herrie van o.a. bladblazers en grasmaaimachines bleek ze kennelijk niet uit te maken. Dubbel allemaal! Nu ja, hoe dan ook, WIJ genoten van dat gedoetje in de hoge bomen. Totdat we wegens aardbevings-trammelant moesten verhuizen. Verkassen naar een heel ander gedeelte van Appingedam. Hoe moest dat nu verder met ons? Niet dat we slecht terechtgekomen zijn, integendeel, maar toch, we misten de roeken. Maar er wachtte aldaar, althans voor mij persoonlijk, een verrassing! Ik sta ’s morgens altijd lekker laat op, kwart over tien, want ja, ook altijd lekker laat in bed, ik. Het eerste wat ik dan meestal doe met m’n nog slaperig hoofdje, is het slaapkamerraam openzetten. Welnu, de eerste keer dat ik dat deed hoorde ik buiten het geluid van spelende kinderen, véél kinderen, want zo’n honderdvijftig meter verderop staat een lagere school en de combinatie ‘kwart over tien’ en ‘school ‘ is pauze. Buiten. Schoolplein. Gezellige herrie. Ik maakte er, natuurlijk door m’n gemis, het geschreeuw van kraaien van. Klaar! We hadden dus alles weer compleet zou je met enige fantasie kunnen beweren, maar die verbeelding van mij weigert vooralsnog wel die kraaikinderen te kunnen laten opstijgen, hoog de lucht in. Das nou jammer…. 😉

Een paar roekennesten bij ons. Er waren er in totaal minsten en stuk of honderd.

Oroppa

Tja, ik denk dat als ik de ongeveer 100 laatste pagina’s van het zowat 400 pagina’s tellend boek ‘Oroppa‘ van de in Tanger geboren Nederlandse schrijfster Safae el Khannoussi éérst had gelezen dat het voor mij dan allemaal een stuk helderder was geweest. Deze pagina’s bevatten een negental fragmenten van zogenaamde angstcahiers, mij ‘her en der verdeeld over plekken in Europa voorgelezen’ door naar ik aanneem (ook al zoiets) de schrijver zelf. Vertellingen die bij mij geen enkele verwarring konden oproepen, want hier werd alles min of meer netjes ‘analoog’ aan mij voorgelegd. Natuurlijk had ik na lezing wel door dat Oroppa zou moeten gaan over de ervaringen die een aantal vluchtelingen uit de Noordwestelijke Afrikaanse landen (Marokko, Algerije, Tunesië) in Europe te verduren kreeg. Maar alles liep door elkaar heen, hetgeen het voor voor mij moeilijk maakte verbindingen te leggen, zodat de spanning er een beetje van afging en ik het boek vaak even terzijde legde. Als ik dan later, soms véél later, de boel weer moest zien op te pakken werd het er natuurlijk voor het begrip niet beter op. En dan al die personages, te veel namen voor mij: wie was wie ook alweer en wie zei nou precies wát. Kortom, prettig lezen was het niet, maar zoals ik zei, hoe gek het ook mag klinken, juist die toegevoegde angstcahiers vrolijkten me op, omdat die nu juist ophelderend werkten. En dan nog het hoofdpersonage, kunstenares Salomé Abergel (Salma): zij was verdwenen. Of zij nu wel of niet ter sprake kwam, mij had het geloof ik voor het verhaal niet zo veel uitgemaakt; vond haar rol niet echt van essentieel belang voor het grotere verhaal dat ik nu, achteraf, beter denk te overzien. Wel begreep ik dat achtervolgd door angst en onzekerheid de vluchtelingen in een droomwereld, het verbeelde zogenaamde 21e arrondissement, zouden willen leven en dat ook als het ware déden vanwege hun aanpassingsproblemen (“een gezond mens neemt afstand van onheil, bloedzuigers, schandalen”); zo ging de in Amsterdam wonende Salomé terug, terug naar Tunesië, zoveel is duidelijk, met achterlating van al haar schilderijen. Toch ervoer ik de inhoud van het boek, zeker achteraf, als een geheimzinnig iets wat me nieuwsgierig maakte, een nog onvatbare nieuwsgierigheid die mij deed besluiten het boek nóg eens te herlezen, maar ik laat het nu nog even liggen. Wel heb ik voor u nog een aantal mooie en of interessante frasen uit het boek genoteerd. El Khannoussi kan zeker schrijven! Prachtige metaforen en of gezegdes:

Oroppa, Safae el Khannoussi. Uitgeverij Pluim, twaalfde druk, mei 2025. Libris Literatuurprijs 2025!

Luister hier naar een radio-interview met de schrijfster (podcast VPRO, het programma ‘Nooit meer slapen’).

18

Israël en Palestina, terreur en tegenterreur

Geen misverstand, wat Hamas deed op 7 oktober 2023 was verschrikkelijke terreur (zoals het ons tenminste voorgeschoteld is), doch de startterreur van Israël, de terreur dus waar alle ellende een aanvang mee nam, begon al in 1948 met de Nakba, en ook niet vergeten: Israël had voor 7 okt. 2023 in datzélfde jaar ook al ca. 250 Palestijnen omgebracht, zeg maar vermoord, waaronder vrouwen en kinderen! Je kon dat bijna ieder dag in de krant lezen en als je daar oog voor had aanschouwen op tv. Israël, en zeker ook een aantal vermaledijde landen in Westen met hem, noemt zoiets zelf een daad ‘ter verdediging’ (vrouwen en kinderen zijn gevaarlijk, je weet maar nooit). Nu ja, echt verrassend was de oktobermisdaad door Hamas dus bepaald niet! Israël wist als reactie niets anders te bedenken dan het uitvoeren van een meer dan bloedige en vernederende massaslachting onder de Palestijnen (Semieten!), zélfs onder hulpverleners en journalisten; dokters, verpleegkundigen en pers waren kennelijk ook gevaarlijk! Zionistisch Israël, het zogenaamd uitverkoren volk dus, kent geen oplossingen, al bijna tachtig jaar niet. Wraakstaatje en landdief Israël weet ironisch genoeg alleen maar van bombarderen onder het oog van de hen liefhebbende God. Ik zeg ‘massaslachting’, want dat wás het, ter omzeiling van het onduidelijke begrip ‘genocide’. Om het over de vernietiging van gebouwen en infrastructuur in Gaza, naast de ultramisdadige uithongering van de vaak al dakloze mensen aldaar, oud en jong, nog maar niet te hebben. En wat te denken van de onverschillige landen die medeplichtig waren middels het leveren van wapens? Landen dus die er ook nog een slaatje uit wilden slaan, nog immer (verdienmodel)! Ondertussen werden (en worden!) er ook nog aanvallen verricht door agressieve kolonisten op de Westbank. Dus waar moet dat heen, waar gaat dat heen? Welnu, u kunt gerust aannemen dat een staat die muren van vijandschap om zich heen heeft gebouwd nooit echte, gegrondveste vrede zal kennen.

De onmachtige wraak van Israël bij het tekortschieten van de Verenigde Naties met z’n idiote vetorecht en kennelijk loze mensenrechten. Voor eeuwig onvrede!!

Berber van der Woude & The Rights Forum.

Een hogere liefde

Midden in de Tweede Wereldoorlog schreef de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960) vier brieven aan een denkbeeldige Duitse vriend. Inzet was het verwijt dat Camus niet van zijn land zou houden, omdat hij zich niet wilde bekeren tot het niets ontziende nationalisme dat loos zou zijn van ook maar enige rechtvaardigheid. Camus stelt in de brieven dat hij wel degelijk een persoonlijke liefde voor zijn (vader)land bezit (zijn persoonlijke liefde voor de natuur, geboortegrond, de cultuur, de mensen om hem heen) maar ook voor de Europese beschaving, die juist vraagt om kritiek en dat juist dat hem doet vasthouden aan een onveranderlijk streven naar rechtvaardigheid die hij door dik en dun wenst te verdedigen, met de nodige offers. Camus wilde wel degelijk vechten, letterlijk, voor zijn persoonlijke ideeën. Juist het nationalisme, zeker ook het hedendaagse, agressief en bekrompen van aard, mist alle gevoel voor rechtvaardigheid. Zeer herkenbaar toch?! Het ontbreekt aan moreel humanisme, hetgeen vaak resulteert in ongelijke behandeling, in uitsluiting.

‘Wat een rechtvaardig vaderland is, en hoe van je land land te houden zonder in eng nationalisme te vervallen, leren deze geestrijke brieven van Camus’. Bas Heijne schreef een uitgebreid voorwoord o.a.: ‘Het is een tekst die zich aan de hedendaagse lezer niet meteen gewonnen geeft; je moet er rustig op kauwen en dat levert vaak nieuwe inzichten op’.

Een aantal citaten uit het boekwerkje van ca. 80 pagina’s die mij aanspraken:

Een uitgave van Prometheus, 2024

De Kleindochter

Na een tijd van luwte – mijn leesbuien komen en gaan, zoals het buien betaamt – maar weer eens een boek ter hand genomen en gelezen (er staan altijd voldoende nog ongelezen boeken in m’n boekenkast). Ik kan jullie hier nu confronteren met een uittreksel van het het boek ‘De Kleindochter‘, van de Duitse schrijver Bernhard Schlink. Schlink is van 1944, een jaartje ouder dan ik.

Jaren zestig: Kaspar ontmoet in Oost-Berlijn een jonge vrouw, genaamd Birgit, die hij na een tijd ten huwelijk vraagt. De vrouw stemt toe, maar wil wel dat Kaspar haar helpt te vluchten uit de DDR. Zo gewenst zo gedaan. Via sluikse omwegen werd ze naar West-Berlijn geloodst. Na een tijd samen met Kaspar een boekhandel in West-Berlijn te hebben gerund, viel de Muur. Birgit bleek niet goed te kunnen aarden in het Westen, en de DDR, haar geboorteland, bestond niet meer. Depressies sloegen toe bij Birgit; Kaspar vond haar op een gegeven moment dood in de badkuip. Het bleek later dat Birgit tijdens haar leven in het Westen een geheim dagboek had bijgehouden. Uitpluizen van dat geschrift bracht aan het licht dat Birgit een kind, baby, had achtergelaten in de toenmalige DDR. Een kind waarmee ze nooit meer contact had opgenomen. De nieuwsgierigheid van Kaspar bracht hem er toe dat inmiddels volwassen kind, genaamd Svenja, te gaan opzoeken. Ze bleek opgegroeid in een rechts-radicale familie en wilde eigenlijk niets te maken hebben met de liberale Kaspar, de weduwnaar dus van haar moeder. Ook bleek dat zij inmiddels een dochter had, Sigrun. Afgesproken werd in ieder geval dat dat kleinkind eens in de zoveel tijd bij Kaspar zou gaan logeren. De kleindochter en de grootvader raakten in zekere zin aan elkaar gehecht en Kaspar ondernam van alles met haar: kunst en cultuur. Proberen haar te bevrijden uit de cultuur waarin ze opgroeide. Op zeker moment kwam Sigrun echter niet meer opdagen bij Kaspar, en je kunt je afvragen of je iemand kan ‘redden’ uit het milieu waarin iemand is opgegroeid. Wat was er gebeurd, ze was verdwenen. Waar was Sigrun gebleven?

Paar citaten uit het boek:

Cover van het boek ‘De Kleindochter’ door Bernhard Schlink, met een portret van een jonge vrouw. Uitgave Cossee, 4de druk 2023

Canto Ostinato

Als vooraanstaand harpiste, zowel klassiek als experimenteel, heeft Gwyneth Wentink opgetreden op de meest prestigieuze podia ter wereld, zoals Carnegie Hall en Lincoln Center in New York, de Royal Albert Hall en Royal Opera Hall in Londen en het Konzerthaus in Berlijn“.

En dan, dames en heren, bevond zij zich met haar opvallend prachtige harpvingers in het schattige kerkje in het noord-Groningse Oldenzijl waar ze ons verblijdde met haar indrukwekkende harpspel. Ik moet hier eerlijk bekennen dat ik nog nooit van haar gehoord had, waarvoor ik me inmiddels een beetje schaam. Ze speelde een paar van haar eigen composities om vervolgens zich te storten op het alom bekende stuk van de Nederlandse componist Simeon ten Holt: ‘Canto Ostinato’. Dit gebeuren aldaar was nieuw voor mij, want ‘k had dat werk nooit eerder via harpspel gehoord; oorspronkelijk was het gecomponeerd voor pianosolo, maar inmiddels gearrangeerd voor andere instrumenten en of combinaties daarvan. Wenting arrangeerde het dus voor harpsolo. Voor mij een reden om dat te gaan beluisteren, live! Ze maakte er een ca.45 minuten durende uitvoering van, hoewel je het in principe eindeloos lang kunt maken, want het is een repeterend stuk met de nodige minimalistische variaties. Een musicoloog zou het in de muzikale categorie ‘minimalisme’ plaatsen. Je hoort wat mij betreft het leven langskomen in allerlei emoties, soms rustig kabbelend met snel opeenvolgende noten, soms heftig schurend van karakter middels heerlijke dissonante klanken. Je kunt je heerlijk mee laten voeren en heb het geheel al genietend mee zitten wiegen. Na afloop werd er door het publiek vol overgave geapplaudisseerd, hetgeen volkomen terecht was!

Bedankt Gwyneth Wenting!!

Plaats: Kerkje Oldenzijl, zondagmiddag 6 april 2025, 15.00 u.

Mike Bodé, met uitleg over Canto Ostinato

Gwyneth Wenting.