Uitgelicht

 

WELKOM!

 

web_4a

Speelmoment (2005) uit Sartres ‘Huis Clos‘.       foto: Thom Binksma ©

Ik ben geïnteresseerd in onderwerpen van allerlei aard. Zie de “Categorieën” in de rechterkolom. Ook kunt u zoeken in de zoekbalk rechtsboven. Deze weblog bestaat sinds 2004.

VEEL PLEZIER!

P.S. Trekt u zich s.v.p niets aan van eventuele reclame-uitingen!  U kunt natuurlijk ook een Ad-Blocker nemen.

 

klantvriendelijk

Geconstateerd dat er een tìkje in m’n fiets zat, op momenten dat ik erop fietste tenminste, want stilstaan en dan nòg een tikje? Dan moet er welhaast sprake zijn van een getikte fiets, toch? Oké, tikje, maar waar zat het? Geen hinderlijk tikje, maar toch. Je wilt het niet; je kan er misschien zelf door getikt raken. Nu ja, na veel speurwerk er achter gekomen dat-ie, het tikje dus, wel eens in m’n rechtertrapper zou kunnen zitten. Dat is de trapper die ik met m’n rechterbeen bedien (een extra vermelding om missverstanden te voorkomen). De fiets is dit jaar precies 24 jaar oud, en het zou zo maar kunnen dat bepaalde onderdelen slijten, hoewel ik dat eigenlijk oplichterij vind. Net als de economie met z’n inflatie.

Ik maakte gisteren even een ritje op die fiets en vroeg m’n chaperonne, die meefietste, of ze ook een tikje hoorde:

Chaperonne: Ja.

Ik: Gelukkig, dan ben ik dus niet gek.

Zij: Je bent wel gek, jij hebt ook een tikje.

Ik: (negeer opmerking). Zit waarschijnlijk in m’n trapper.

Zij: We kunnen even langs de fietsenmaker gaan.

Ik: Mij te ver; we moeten een beetje die felle zon in de gaten houden. Ik breng hem een andere keer. ‘k Moet sowieso toch nieuwe trappers, want de reflectoren zijn er ook af.

Al keuvelend zijn we op de een of andere manier ongemerkt in de buurt van de fietsenmaker beland.

Ik: Oké, laten we toch maar even gaan. Zien we wel even wat hij eraan kan doen.

Zij: Oké.

Ik: Dag fietsenmaker, heb een tikje in m’n fiets. Zou het aan de trapper kunnen liggen? En zo ja, hebt u dan even tijd er nieuwe trappers aan te zetten? Moeten we wachten, een half uur of zo, dan zeg het maar, gaan we wel even winkelen.

Fietsenmaker: Ach, kan er wel even snel tussendoor. (Zette de fiets waar-ie mee bezig was aan de kant, springt op m’n fiets, rijd een rondje in de buurt en constateert inderdaad een tikje).

Ik: In ieder geval nieuwe trappers, want ‘k wil ook wel eens wat nieuws.

Na tien minuten wachten in de fietsenzaak kwam de melding dat het tikje was verdwenen.

Fietsenmaker: Heb ook even je achterband er opnieuw omgelegd, want die zat niet goed om z’n velg.

Ik: O. Dus daar kwam dat hobbelige gevoel dus steeds vandaan. Geweldig!, hobbel weg, tikje weg en nieuwe trappers.

We bedankten de fietsenmaker uitgebreid voor z’n klantvriendelijkheid.

Op de nu tik- en hobbelloze terugweg naar huis voelde ik wel wat weemoed bij me bovenkomen; soms kun je hinderlijke dingetjes geweldig missen. Die hobbelbobbel bijvoorbeeld, die had ik ooit ook wel opgemerkt, maar er bestaat ook zoiets als gewenning.

(Gelukkig was er onderweg nog een softijsje. Kindermaatje: wij doen altijd kindermaatjes. Ben dol op die zachte romige softijsjes, maar ze mogen niet te koud zijn! Soms zijn ze dermate koud dat er, ook vanwege de slechte kwaliteit, stukjes waterijs in zitten. Dat wil je niet, maar deze waren voortreffelijk. Schep-ijs vind ik niet zo geweldig. Meestal wat te korrelig. Laatst was ik in Italië, waar ze, zo bleek, alleen maar schep-ijs hebben. Echter ik meende in een ijswinkel toch een softijs-apparaat te ontdekken, en zeg met veel gebaren tegen de verkoopster: doe daar maar eentje van. En verrek, ze pakte een puntje -kindermaats; hoe wìst ze dat?!- en spoot hem vol, met grote kop erop. Maar al gauw bleek dat het puur slagroom betrof….. Nu ja, in ieder geval niet te koud. En laten we eerlijk zijn: slagroom is ook lekker, mits het niet te veel suiker bevat).

Thuisgekomen rooie koppen van de zon. Een mens maakt wat mee! 😉

 

 

 

Balhoofd

De bal boven het bord at ongestoord verder; keek niet op toen we binnenkwamen. Eten was het niet: men kon beter spreken van een slapstick-achtige vorm van ‘naar binnen werken’. De man zat breeduit en geheel voorovergebogen met z’n hoofd tot vlak boven z’n bord. Dat hoofd kaal en glanzend. Derhalve leek z’n tafelgenoot niet in staat met hem te converseren. Eén keer zag ik hem opkijken, toen de serveerster z’n toetje kwam brengen, één keer…. 😉

Onderzeebootloods

Sinds honderd jaar geleden schoolreisje niet meer in Rotterdam geweest, vandaar dat het er maar weer eens van moest komen. Weekendje 30/6-2/7. Met de trein heen en terug. Fantastisch, die stad met z’n veelal indrukwekkende, speelse hoogbouw. Futuristisch. Hotel met uitzicht op de Coolsingel, met in de verte de windharpbrug van Erasmus. Boymans van Beuningen gedaan, café De Unie bezocht, Koopgoot, Blaak, met z’n gele gekantelde kubushuizen van architect Piet Blom. Halve middag stadsrondrit met toeristen-tramlijn 10 gemaakt – niet dat we ons toeristen waanden, nee, gewoon bezoekers, maar dat stelde je tenminste in de gelegenheid meer te zien gedurende zo’n kort bezoek. Rotterdam, geen vieze stadsbussen, wel onophoudelijk trams. Geweldig!

Supra

De majestatische Erasmusbrug, ook wel: De Zwaan.        foto: dré

En toen waren er voor de zaterdagavondvoorstelling nog precies twee kaartjes over, een verrassing voor ons (zoals we met het uitje in Den Haag ook al hadden): ‘Conny Janssen danst‘. Een bijna anderhalf uur durende balletvoorstelling Mirror Mirror 2017 van choreografe Conny Janssen. Met de waterbus (met vrouw als ‘chauffeur’ en als dekmatroos een roze-genagelakte dame, die naast ticketscontrole ook het zware touwwerk moest verrichten, u weet wel, aanleggen, met bolsters en zo)…… goed, met de waterbus over de Maas naar de Rotterdamse ‘Onderzeebootloods‘, alwaar de voorstelling plaats zou vinden. Vooraf dineren aldaar, waarvoor we overigens niet hadden gereserveerd, hetgeen had gemoeten, maar we mochten toch aanzitten…. 😉

Dames en heren, deze meer dan magnifieke dansuitvoering met heerlijke live muziek van Sinfonia Rotterdam o.l.v. Conrad van Alphen, zal mij, zo weet ik zeker, m’n hele leven lang bijblijven! Gigantische ruimte met ‘watervloer’, prachtig decor en dito belichting. Geweldige dansers, gezag afdwingend! Ik zag in de voorstelling, maar wie ben ìk….. ik zag en hoorde vogels, rituelen zoals wadvogels die hebben met elkaar op de huid zitten, watervogels vooral wit en zwart, goed en kwaad, yin en yang, weidsheid, luchtspiegeling en soms ook een vreemde vogel…..
Publiek: 500. Alle voorstellingen helemaal uitverkocht. Volkomen terecht!

No comment!

Voor uitgebreide film, zie hier! En misschien ook nog dit (met verdere uitleg).

Bonita Avenue

Het debuut van Peter Buwalda. Ik vond het te dik (nota bene zo’n 540 pagina’s), en het las te langzaam: steeds weer herzelfde verhaal vanuit een andere invalshoek, waarbij je met enige regelmaat niet altijd direct weet wie er aan het woord is. Dat leest lastig, wat andere al of niet bekende recensenten er ook van mogen zeggen. Een roman van een familie die de ondergang al in zich heeft. Speelt zich af gedeeltelijk in Los Angeles en Enschede of all places, waar de vuurwerkramp ook een flink woordje mag meespreken. Sprake is er ook van onwaarschijnlijk hilarische momenten, die te veel het karakter hebben van fantasie ipv verbeelding…..
Ik trof wel, en dat hield me vooràl op de been, veel prachtige zinnen aan, die mooie metaforen lieten gelden. Een paar voorbeelden:

  • Ik leefde van weekend naar weekend; als een lont brandde ik naar de volgende vrijdag toe.
  • Het zachte ruisen van het sterfelijkheidsbesef…..
  • …..z’n glimlach kietelde tussen m’n schouderbladen.
  • …..met de kracht waarmee je leven trekt in een buitenboordmotor.
  • …..de wind mende plastic zakken en kranten door de goten.
  • …..ik blies me op tot een zeppelin van zelfverwijt.

scannen0003

Een uitgave van De Bezige Bij, Amsterdam. 23ste druk!, november 2012

Ik, de uitverkorene

Heb onlangs weer eens gevlogen. Ja, in een heus vliegtuig. Op schiphol was het instappen geblazen, maar eerst als makke schapen langs tijdrovende handbagage-controle of anderszins. Nu draag ik bretels waaraan metaal niet vreemd is: dus het veiligheidspoortje begon nerveus te piepen. Bretels af, maar waarom draag ik die eigenlijk? Juist!, met afgezakte broek nog eens door het poortje. Dat loopt niet alleen moeilijk, en daar kwam bij dat dat kreng wederom nerveus te begon te doen. Toen bedacht ik dat ik nog vol zat met schroeven: ooit een zware elleboogbreuk gehad. Ik vertelde dat aan de controleurs en liet m’n afstootwekkende littekens ongevraagd aan ze zien. Toen was de boot aan. Ik moest gefouilleerd worden. Oké, ze vragen je netjes of je daar bezwaar tegen hebt, maar wat gebeurt er als je ‘ja’ zegt? Dan haal je het vliegtuig niet, en daar kwam ik toch juist voor? Dus nee, geen bezwaar. Ze vonden niets bijzonders op m’n lichaam. Nu ja, een hele opluchting voor mij, want voor hetzelfde geld had iemand stiekem iets in m’n onderbroek weten te stoppen, of zo.

Met de retourvlucht hetzelfde gedoe in Genua. Mij moesten ze hebben, terwijl m’n familie ongestoord mocht doorlopen. En daar stond ik weer met afgezakte broek…..

Al z’n werk voor niets!

Gisteren had ik een man over de vloer. Dat kan, ja, want soms heb je iemand nodig die je tv even komt checken. Er was een storing, een storing die hij in no time had opgelost. Ik vroeg de man waar-ie woonde. Vlakbij zei-d-ie, andere kant van Appingedam. En toen kwam het: hij vertelde over z’n huis, z’n huis dat fataal geraakt bleek door aardbevingen, het huis waar-ie járen aan had geknutseld, z’n huis dat niet hersteld wordt, maar dat binnenkort geslóópt gaat worden, moet worden…..

De Navo-staarders

Het begrip ‘polemologie‘, de leer van oorlog en vrede – je hoort er nauwelijks nog iets over. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw was het een redelijk hippe studierichting bij Röling en, later, bij Hylke Tromp. Het instituut, want dat wàs het, viel onder de faculteit rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Groningen, maar is na enige jaren van z’n bestaan opgeheven. Ik begrijp het: zal te maken hebben gehad met het einde van de Koude Oorlog, toen er dus niet zo veel meer viel te bekokstoven aangaande oorlog en vrede…..

We hadden Tromp in die tijd uitgenodigd, op Terschelling naar ik meen, om aldaar voor onze chemische werkgroep een lezing te komen geven over z’n boek ‘De Navo-staarders‘, de bewapeningspolitiek voor arbeiders verklaard. Ik, anti-militarist en anti-NAVO figuur (vanwege kernwapens), was nogal gecharmeerd van dat boek, en daarom had ik deze lezing voorgesteld.  Vraag me niet over de inhoud van die lezing, daarvoor is het te lang geleden. Bovendien zal ik niet alle nodige aandacht hebben kunnen opbrengen voor dat en andere colleges, omdat het er ’s avonds en ’s nachts na die werkgroeplezingen – 50% chemie en 50% andere onderwerpen – het er, jong als we waren, nogal ruig aan toe ging, hetgeen u zult begrijpen….. 😉

Maar ik kan hier een beetje over het boek van Tromp vertellen:
Kernwapens en veiligheidsbeleid, van communistische agressie en Amerikaans imperialisme (ook een soort van agressie). De Koude Oorlog. Om echte vrede te bereiken zou gestadige verhoging van de defensie-uitgaven niets bijdragen, integendeel. Bovendien, als het link begon te worden, zou je als eerste* kernwapens moeten gebruiken, zo vereiste de strategie dat. Ook dus nog een dreiging van een atoomoorlog. Bewapeningspolitiek moest omgedoopt worden in vredespolitiek. Een andere mentaliteit moest er komen. Over het milieu moest ook meer nagedacht worden en de energie-crisis was toen al in zicht. Het gaat in dat boek over wereldproblemen die door intellectuelen als opgelost worden beschouwd en die aan de gewone mensen niet worden voorgelegd. Interesseerde de mensen ook niet. Hùn problemen zijn die van de werkgelegenheid; defensie is bij aandeelhouders in goede handen……

Maar er is in de huidige tijd een soort van herleving van de Koude Oorlog aan de gang, en wat is er wel niet voor rotzooi gaande op de wereld. De wapenhandel neemt alsmaar toe en de bewapening wordt idioot drastisch opgevoerd! Misschien moet het boek van Tromp weer actueel worden; er zal misschien hernieuwde belangstelling voor een vak als polemologie moeten komen…..

scannen0002

Hylke Tromp: De Navo-staarders, een uitgave van Contact, 1974

* Volkskrant 20 jan. 1976: Westduitse minister wil tijdige inzet van atoomwapens.