Uitgelicht

 

WELKOM!

 

web_4a

Speelmoment (2005) uit Sartres ‘Huis Clos‘.       foto: Thom Binksma ©

Ik ben geïnteresseerd in onderwerpen van allerlei aard. Zie de “Categorieën” in de rechterkolom. Ook kunt u zoeken in de zoekbalk rechtsboven. Deze weblog bestaat sinds 2004.

VEEL PLEZIER!

P.S. Trekt u zich s.v.p niets aan van eventuele reclame-uitingen!  U kunt natuurlijk ook een Ad-Blocker nemen.

 

Een portret van de kunstenaar als jongeman

Schoonheid in de kunst is een afwezigheid van walging en of begeerte. Beide, walging en begeerte, zijn dynamieke entiteiten: je rent weg vanwege de emotie van walging of er is sprake van opwekking van begeerte, hetgeen je aantrekt. Kinetiek! Terwijl er bij ervaren van esthetiek nu juist sprake dient te zijn van statische emotie. Zo heb ik het althans van Joyce begrepen, en ik kan daar wel in meegaan: als kijker zou je de dynamische emoties juist moeten transcenderen naar een statische emotie, om als zodanig puur, met loslating van de rede, van schoonheid van een kunstwerk (kleur, vlakverdeling, ritme) te kunnen genieten.

James Joyce (1882 – 1941), een Ierse schrijver uit rijke ouders (die later verarmden), zat natuurlijk ooit op een katholieke kostschool. Kan niet missen. Met tegenzin ook nog. Ja, wie heeft er nu sowieso wel zin in school? Spélen moet je, buitenspelen, niet vegeteren in schoolbankjes! Hup! Hoe dan ook, Joyce schreef een portret over zichzelf, en aangezien het in m’n boekenkast stond, oordeelde ik dat ik het moest lezen: die kostschooltijd, als jongeling, werd beschreven met eenvoudige praktische jongenstaal. Later ging hij naar een Jezuïtenschool. Met elke ontwikkelingsperiode werd z’n schrijfstijl in het boek volwassener, poëtischer. Volgens eigen zeggen had hij op een gegeven moment, als adolescent naar ik opmaak, een tamelijk ruig leven vol met zonden; priesters op school kwamen met dreigende verhalen over de hel, verhalen die steeds heftiger werden. Over wat je zou meemaken als je in de hel zou belanden, en gezien de begane zonden van Joyce… Na veel aarzelen vond hij in biechten de oplossing. Hij begon zich netjes aan te passen aan de voorschriften van z’n geloof. Totdat het grote denken bij hem begon: gedachten over kunst en over het geloof. Een geloof dat hij op de langere duur langzaam maar zeker niet meer kon omhelzen, waardoor hij er afstand van deed. Een moeilijke keuze voor hem, dat wel. Maar toch! Je zag het aankomen. Als niet gelovige lezer zat ik daar natuurlijk al naar uit te kijken, en ja hoor, ik werd aangaande dat bevredigd. Vals eerbetoon wilde Joyce niet meer. Interessante beschouwingen kwam ik tegen in discours met z’n makkers, ook over kunst, bijvoorbeeld over wat schoonheid is.

Enkele citaten:

  • ….toen leek de muziek te wijken, steeds verder weg, verder weg: en uit elke wijkende nevelige klanksliert klonk steeds weer een roeptoon, die als een ster de schemerige stilte doorboorde… Ik reageer: Had een dergelijke ervaring met elektronische muziek, muziek die week, steeds verder weg, wijkend, en daar voorbij klonken morseseinen, roeptonen die ruimte gaven aan de muziek…. driedimensionaal.
  • Wat baat het de mens zo hij de gehele wereld wint en hij lijdt schade aan zijn ziel? Er is niets in deze wereld dat opweegt tegen zulk een schade.
  • De kunstenaar die bezig is uit de trage grondstof der aarde een nieuw omhoogwiekend ontastbaar onvergankelijk wezen te smeden…
  • De roep van het leven is niet de doffe grove stem van de wereld van plichten en wanhoop, niet de onmenselijke stem die ons roept voor altaardienst. Leven is gehoor geven aan de roep van vrijheid! (Hoe actueel)!
  • Met eigen woorden geformuleerd: De kunstenaar is behept met het kunnen ontvangen van signalen uit z’n omgeving, de ontvangenis genoemd, dan komt de zwangerschap, het broeden, de ontwikkeling, om vervolgens te baren.
  • Voor schoonheid zijn drie dingen vereist: eenheid, harmonie en luister.
  • Waar is meer plezier aan te beleven, aan de weerschijn van de stralende zintuiglijk waarneembare wereld door het prisma van een taal, veelkleurig en rijkgelaagd, of aan de beschouwing van een innerlijke wereld van individuele emoties, volmaakt weerspiegeld in uit heldere soepele volzinnen opgebouwd proza??
  • Met kunst open je de gevangenispoorten van je ziel.
  • “Een tere vloeibare vreugde overspoelde als het geluid van vele wateren zijn geheugen en hij voelde in zijn hart de tere vrede van verstilde ruimten van vervalende schalieblauwe luchten boven de wateren, van oceanische verstilling, van zwaluwen die door de zeeschemer over spoelende wateren scheren”.

Uitgave: De Bezige Bij, Amsterdam, vijfde druk 1986. Oorspronkelijke druk 1916. Vertaling Gerardine Franken en Leo Knuth.

Bang on a can

Altijd als we ’s avonds laat thuiskwamen na bezoek van concert of theater, hadden we zoiets van, ja…. honger natuurlijk. Daarvoor hadden we altijd wat in huis. Ter nazit en om het gesprek over onze culturele ervaring van zo’n avond vlotter te laten verlopen. Wat dacht u van Smac uit een blikje met een eraan vastzittend sleuteltje waarmee je dan zo’n blikje, dat tevens voorzien was van een klein doch toegankelijk lipje, langs bepaalde door de fabriek van te voren aangebrachte kerven kon opendraaien. Zelfs met mijn behept zijn van onhandigheid lukte dat meestal wel, hoewel het ook wel eens mis ging omdat ik niet goed handelde en het reepje metaal, dat er afgedraaid moest worden alvorens het dus te kunnen openen, afbrak. Dan was er even sprake van paniek, maar met enig geweld, geproportioneerd, dat wel, lukte het altijd toch wel. De Smac, een samengeperst vlezig product, vraag me niet waaruit het in detail uit bestaat, werd uit het blikje gekieperd en er werden een stuk of vier, naar ik me herinner, plakken van gesneden, om die vervolgens in een koekenpan te gaan bakken – opsnitter’n zoals wij dat altijd noemden. In de wachttijd die daarvoor nodig was, werd er drank en rookwaar aangesleept waar we nooit te benauwd mee waren; het behang was in de loop der jaren al aardig bruin gekleurd door met name sigarenrook en de dranklucht was al lang niet meer uit het huis te krijgen. Overigens, als er even per ongeluk geen Smac voorhanden was, viel er altijd wel overgebleven kip uit onze koelkast aan te slepen om te worden, daar gaan we weer: opgesnitterd. Hoe dan ook, feest dus! Dat feest ondersteunden we zelf altijd extra met bang on the can praktijken. U moet weten, we beschikten inmiddels over myriaden aan lege Smacblikjes waar we dan met bierflesdopjes op sloegen voor een geweldige percussion performance voor onszelf. Met enige regelmaat kwamen dan ook, als ze maar even in de buurt waren en zagen dat het licht brandde, de leden van een percussionistengroep langs. Een groep slagwerkers die zich noemden ‘Percussions de Strasbourg’. Ze kwamen uit, drie keer raden, de mooie Franse plaats Straatsburg. Geen probleem dus, want, zoals vermeld, blikjes en dopjes genoeg!! Dat waren fijne avonden, zeg maar gerust culturele orgiën tot vroeg in de ochtend….

No Comment!

Les percussions de Strasbourg

De Vertekening

F.B. Hotz weet met een minimum aan woorden een sfeer op te roepen waarin voor heroïek absoluut geen plaats is, maar waarin stille verlangens en faalangst overheersen’.

F.B. Hotz was, als het over literatuur gaat, vooral een schrijver van korte verhalen. Al in 1977 kwam ik hem tegen in het literaire tijdschrift Maatstaf. Zeker zo’n stuk of vijfentwintig verhalen van zijn hand heb ik thuis op de plank staan. ‘k Vond dat ik dan ook maar eens een roman van hem moest lezen; dat werd De Vertekening. Hoofdpersoon van deze roman is een kunstschilder – “laten we hem Lucas noemen” -, die z’n vrouw, van hoger komaf, van ontrouw verdenkt. Lucas heeft al snel in de gaten dat een zekere V. z’n vrouw probeert te schaken, hetgeen ook schijnt te lukken. De ‘V’ van ‘Vijand’! Lucas probeert met strategie en smartelijk geduld de gangen van z’n vrouw na te gaan. Nu ja, het huwelijk van Lucas met z’n vrouw dreigt te stranden. Met de kunst gaat het ook al niet zo goed en Lucas probeert een zekere afleiding te vinden in z’n hobby, de eerste Wereldoorlog. Hoe het verder afloopt valt ongeveer in te schatten, maar het loopt toch enigszins anders dan de lezer zou hebben kunnen vermoeden….

Enkele citaten uit het boek:

  • Alles wat we ‘erbij’ leren is een leugen. Alleen het oudste in mij is mijn waarheid. Daarna zegt men ons hoe het ‘eigenlijk’ is; een algemeenheid. Van een ‘ik’ worden we een ‘wij’, omdat we voor volwassen aangezien willen worden.
  • Liefde is mooi, maar je moet wel steeds met bijval en gelijkgeverij in de weer zijn.
  • Misschien is de enige grootheid van de volwassene dat hij haren op z’n onderbuik heeft.
  • Alleen het onbegrijpelijke is boeiend, net als die eerste expressionisten. Niet begrijpen maar belijden!
  • Veel ontzeggen om alles terug te krijgen, een mystieke wisseltruc, een onmenselijkheid. Leeg zijn om de geest te winnen, het heilige vuur te laten branden…
  • De kuntenaar is niet het zondagskind van het leven: hij heeft geen enkel recht om zonder plicht te zijn. Hij moet beseffen dat elke daad van hem het materiaal vormt waaruit z’n werk ontstaat, en dat hij dus niet vrij kan zijn in het leven, maar alleen in z’n werk!

Uitgave ‘De Arbeiderspers’, 2de druk, maart 1991

PVV gebral

Wilders toonde vanmorgen z’n verongelijkte kop op tv in een praatprogramma van de rechtse Telegraafomroep WNL, waarin hij z’n fascistoïde beklag deed over het feit dat eenmaal erkende vluchtelingen zomaar van alles aan basisbehoeftes krijgen toegeworpen, terwijl een groot gedeelte van ons eigen volk (wat is dat, eigen volk? Eigen volk bestaat niet!) zo schromelijk te kort komt. Welnu, meneer Wilders, ons eigen volk, zoals u dat hardnekkig blijft noemen, is veelal inderdaad armoedig, veroorzaakt door het vuige neoliberalisme van Rutte & Co, maar is, weliswaar bij lange na niet voldoende, tamelijk voorzien van de meest basale behoeften, zoals wonen en voedsel. Door de overheid erkende vluchtelingen, gewoon mensen dus, net als daklozen bij ons, hoor je op te vangen zoals je je eigen kinderen opvangt en beschermt. Je schenkt ze onderdak en een startpunt voor broodnodige gelegenheid tot persoonlijke ontwikkeling, zoals ook onze kinderen dat verdienen, wil een land fatsoenlijk kunnen functioneren om niet ten onder te gaan in gevaarlijke chaos. Punt!! Aan nationalistisch-populisme, het volk naar de mond praten, hebben we niks. Politici die hierin opzwepend bedreven zijn, hebben maar al te vaak negatieve ontregeling weten te veroorzaken. Met deze laatste opmerking druk ik me nog héél eufemistisch uit!

Muziekschilderijen

Het kerkhof van Oldenzijl lag er goed en stilletjes bij; alle grafmonumenten stonden netjes rechtop en het gras was pas gemaaid, zo leek het. In de deuropening tegen het kozijn van het bijbehorende kerkje hing een enigszins verwaarloosd uitziende figuur, die zo af en toe een flinke teug uit een etiketloze fles nam. Ik liep op de man af en vroeg hem of hij wist waar precies de muzikale voorstelling zou plaatsvinden. Binnen, leek hij te zeggen; z’n woordklank leek gedrapeerd met een zwaar Slavisch accent. Ha!, u komt hier niet vandaan, merkte ik op, terwijl ik m’n nieuwsgierige blikken langs hem heen het interieur van het kerkje liet verkennen. De man rook sterk naar alcohol, en die combinatie van klank en geur deed mij sterk vermoeden dat het om wodka moest gaan. Ik kom uit Rusland antwoordde de man, althans ik nam aan dat hij zoiets zei. Mijn allerbeste vriend is doodgegaan, ging hij verder met veel gebaar, hij was kunstenaar en een aantal van z’n schilderijen staan hier nu tentoongesteld, en ik heb ze na z’n dood op muziek gezet, beeld getransformeerd naar klank, en heb het zo ontstane stuk ‘Schilderijententoonstelling‘ genoemd. Ach!, maar dan moet u de componist Moessorgski zijn, kan niet anders… daar was ik voor gekomen, dan ben ik dus aan het goeie adres, zei ik. Hij knikte, blij met de aandacht. Ik wurmde mij met m’n volgelingen naar binnen en gelijk nam de muziek een aanvang. Huiskamerpiano. Het klonk prachtig in het 12de eeuwse plattelandskerkje. Even later werden er ook liederen gezongen; ik begreep, gezien het programma, dat ook die liederen van de hand van diezelfde Moessorgski moesten zijn. Bij het verlaten van de kerk hing de componist nog steeds in dezelfde pose tegen de deurpost. We groetten hem en spraken lovende woorden. O wacht, zei hij, kan ik misschien met jullie meerijden? Ik moet nog naar Podium Witteman, daar zal wat van m’n muziek voor de tv ten gehore worden gebracht. O ja, maar natuurlijk, we brengen u naar het stationnetje van Uithuizermeeden, daar op de trein en dan kan het niet missen. Overigens, dat moet u even weten, voegde ik toe, dat programma heet tegenwoordig Podium Klassiek! Hoe dan ook, dan zien we u vanavond, want we nemen het allemaal op! O ja, doet u, als u terugkeert naar het mooie Rusland, vooral de groeten aan Ilja Repin! Mijn conclusie: mooi vermaak op de zondagmiddag…..

Ter voorbeeld, Schilderijententoonstelling, Moessorgski
Ca. 2 uur durende programma Moessorgski, zo 16 oktober 2022

Passies & Havinga & Satie: Zie hier. Passies & Havinga & Debussy: Zie hier.

Moessorgski, vlak voor z’n dood, geschilderd door Ilja Repin.

Wat je eventueel nog verder zou willen weten over de componist Moessorgski: HIER!

Nr.96

Vroeger, heel vroeger, was ik een bruut. Ik stond er nooit bij stil dat een mens ook een zekere empathie zou moeten kunnen opbrengen voor dieren, dieren zoals bijvoorbeeld kippen, gewoon kippen. Het was voor mij een kleinigheid een kip te vermoorden, dat ging emotioneel geheel neutraal, zonder lustgevoelens. Gewoon een doodeenvoudige handeling – je pakt zo’n kip bij de poten, je neemt daarvoor even een lenige snoekduik, je staat met kip en al weer op, zwaait even rond in de lucht met zo’n gevangen exemplaar en slaat hem of haar zonder pardon met de kop tegen de hoek van een muur in één keer dood. Heel simpel. Het mag vreemd overkomen, maar het was natuurlijk wel een humane dood; als je maar in één keer hard genoeg toesloeg! Als je het schijnbaar dooie beestje dan losliet, kon hij of zij nog soms toch nog net drie stappen lopen om daarna voor de eerste, tevens de laatste, keer om te vallen. Het verse kadavertje was klaar voor de slacht, maar dat besteedde ik dan uit aan iemand anders, want, hoe raar het misschien ook mag klinken, van slachten had ik geen verstand. Dat soort van verstand heeft zich overigens in de loop der tijd ook nooit bij mij weten te nestelen. Ik bleek slechts geschikt voor moorden. Puur moorden. Heb het ook angstwekkend nauwkeurig bijgehouden; men is boekhouder of men is het niet! Zesennegentig kippen heb ik zo vermoord, allemaal met de kop tegen de muur, een witgeverfde muur, die op den duur de kleur rood aannam. Nu ja rood? Vies-rood! Ik kan nog steeds aanwijzen waar dat plaatsvond, welke muur dat allemaal heeft moeten doorstaan….

Zo éénmaal per week, toen de pensioenen nog op goed niveau waren, lang na de tijd van de kippenmoordpartijen, aten we bij de Chinees. Meestal op de vrijdagen. We deden boodschappen en rondden dat af met een geriefelijk vertoeven bij de plaatselijke Chinees. Afhalen kon natuurlijk ook, maar daar hadden we niet zoveel mee; bracht een hoop vervuiling -plastic, papier – met zich mee en was natuurlijk lang niet zo gezellig. Altijd eerst even een drankje, daar kon je donder op zeggen, om vervolgens de ober te wenken voor onze bestelling. U zult het geloven of niet maar ik bestelde, éénkennig als ik was, iedere keer mijn lievelingsgerecht: geroosterde kip met gemengde groenten, Kip Tjaptjoi, nr. 96. Nummer zesennegentig! Toeval? Dat kon, als u bovenstaande hebt gelezen, toch niet toevallig zijn?! Zónder rijst, dat wel! Alleen kippenvlees en groente, volgens het dieet van een zekere Montignac.

Kip Tjaptjoi, in mijn geval met knapperig geroosterde kip!

Tjoy De naam tjap tjoy betekent gemengde groenten

Alkema Taekema

Het is inmiddels een flinke tijd geleden dat ik een kunst-expositie in De Noordelijke Kunsthof in mijn standplaats heb kunnen bezoeken. Nu ja, u weet het, Coronapandemie was in principe de boosdoener die veel exposities domweg niet van de grond liet komen. Toen de omstandigheden na twee jaar weer enigszins waren genormaliseerd bleek het voor mij, als passieve kunstgenieter, moeilijk de dingen weer op te pakken; opstartproblemen dus, uit pure luiheid onderuitgezakt op de bank, zou je kunnen zeggen, terwijl m’n nieuwsgierigheid naar nieuwe kunst toch redelijk groot is te noemen! Afgelopen zondagmiddag de elfde september maar weer eens mezelf weten te activeren om de expositie van werk van Josefien Alkema en Jacob Taekema in één tentoonstelling te bezoeken. Tekeningen op papier, zwart/wit, van Alkema vond ik in eerste instantie niet boeiend, maar men moet er wat tijd voor nemen (althans dat moest ik) om er dingen in te kunnen waarnemen, te voelen, te ervaren, wat die dingen ook mogen zijn. Verstilling middels abstractie van voorbeelden uit de natuur of dito verschijnselen. Oude tekeningen ook die, na verknippen, als collages van schijnbare willekeur weer -misschien getranscendeerd, soms letterlijk, uit het oorspronkelijke vlak opgetild – een nieuw kunstleven mochten krijgen. Wat de werken van Taekema betrof, ja, hier en daar waarlijke overeenkomsten met dat van Alkema, maar dan in kleur – acryl op doek. Ik ervoer bij dit werk, de natuur half abstract, dieptewerking, geheimzinnigheid en verstilde eenzaamheid. Ik moet hier wel opmerken dat kleur mijn geest toch in de meeste gevallen beter weet te vangen dan zwart/wit. Kwestie van smaak uiteraard….

De Tentoonstelling in De Noordelijke Kunsthof duurt nog tot en met 16 oktober 2022.

Karlheinz

Het was niet zo dat ik me niet over straat kon begeven, de enige straat die er was overigens, nee, ja fans had ik wel, een stuk of tien denk ik, maar die kwamen pas opdagen als ik daadwerkelijk optrad met m’n trekharmonica en of mondorgel. Ik durfde mij artiest te noemen en had meestal m’n optreden op een benauwd plekje onder de draaibrug, daar waar we ook vaak zaten te vissen en brasems, paling en stekelige baarzen vingen. Smartlappen vooral, de liedjes die ik dan zong, versjes waarvan zelfs ik ook de tekst kende om ze natuurlijk keihard mee te kunnen zingen. En wat dacht u van zeemansliedjes, die waren qua tekst ook niet mals; er verdronk er altijd wel eentje. Nee, een stoere business! Op de lange duur denk je toch dat ik me verder moest ontwikkelen, al was het alleen maar omdat m’n fans vaker begonnen weg te blijven. Ze kregen waarschijnlijk genoeg van al die, inhoudelijk gezien, desolate smartlappen en die verhalen over dooie zeelui en zo. Dus bedacht ik iets anders; ik hoefde niet zo nodig meer zelf muziek te maken en nodigde bekende musici uit, waaronder Karlheinz, om te komen spelen. Maar Karlheinz vroeg of we geen andere plek hadden waar hij kon optreden, want onder zo’n brug vond hij maar niks. Zijn piano zou er ook niet onder passen. Nu ja, de plaatselijke houtfabriek had de beschikking over een redelijk grote kantine – dat zou misschien een goed alternatief zijn. Welnu, zo gezegd zo geregeld. Ik was toentertijd nog goed in het organiseren van een en ander. ‘k Had ook ooit een schaatswedstrijd weten te organiseren, hetgeen m’n cv natuurlijk ten goede kwam. Hoe dan ook, ik wist Karlheinz, als enige van de genodigden, met behulp van m’n handjevol overgebleven fans zover weten te overtuigen dat hij daadwerkelijk kwam! Er moest natuurlijk wel wat geld op tafel worden gelegd, maar met een collecte onder de inwoners van mijn dorpje hadden we dat geld zo bij elkaar. Karlheinz was een meer dan beroemd Duitse musicus, een beroemde componist ook, waarvoor de dorpelingen wel het een en ander over hadden. En daar was dan het optreden in de kantine, die we overigens gratis ter beschikking hadden voor dat doel. Een gebeuren waarvoor Karlheinz zelf z’n prachtige zwart-glanzende vleugel had meegenomen, die door een paar meegereisde toneelknechten nog snel even extra werd opgepoetst. Een consternatie waarvoor heel het dorp, een twintigtal inwoners, was komen opdagen. Karlheinz speelde een paar van zijn Klavierstücke waarover iedereen laaiend enthousiast was! Voor het eerst hoorden ze Stilte in de muziek, dat was nieuw! Niks smartlappen, niks zeemansliedjes; dit was een event met een summum aan muzikale ontwikkeling. We begonnen ervan overtuigd te raken dat er voor ons, het publiek, nog heel wat te leren viel. Het toeval wilde dat we via via te horen kregen dat er maandelijks in de stad zogenaamde knaakconcerten werden gehouden, waarvoor we kaarten hadden aangeschaft, waarmee je voor een rijksdaalder, een knaak immers, een hele avond onderdak had. De kleine zaal van de Oosterpoort. De meest avant-gardistische mengeling van muzieknoten werden daar voor ons gespeeld, hoorbaar gemaakt, waarbij het vaak zo was dat er op het podium minder musici zaten dan publiek in de zaal. Na een aantal van deze concerten – muziek van o.a. Mauricio Kagel, Morton Feldman, Louis Andriessen, Henry Brant en Peter Schat – begonnen we ons echte snobs te voelen, hoewel er wel een aantal bezoekers was weggebleven, afvalligen, renegaten! Goed, dít was het! Dít moest het zijn, dít niveau moest je als publiek bereiken! Deze muziek bracht ons de hemel op aarde! We vonden derhalve dat we Karlheinz nog eens extra moesten bedanken en organiseerden een busreis naar hem, naar de plek ook waar hij zijn muziek componeerde: een hutje in het dichte loofbos, vlakbij een plaatsje ergens in Duitsland, Kürten geheten, gelegen niet zo ver van de grote stad Keulen. Hij stelde het zeer op prijs dat we de moeite hadden genomen bij hem langs te komen en bedankte ons ook nog voor de koffie die hij genoten had in de kantine van onze houtfabriek… 😉

Geen commentaar

Moskou op sterk water

Denken moest ik aan het verhaal van de magisch-realistische roman De trein der traagheid (1950) van de Vlaamse schrijver John Daisne, waarin je al lezend vanuit een rijdende trein in een onrealistische wereld terechtkomt, zonder dat je dat direct doorhebt. Wat je wel aanvoelt is dat er ineens iets niet klopt. Moskou op sterk water (oorspr.1969) van de Russische schrijver Jerofejev hanteert in mijn optiek hetzelfde principe van dat magische, dat vervreemdende, terwijl de uitgangssituatie nog, zo geloof ik, in de reële werkelijkheid zich afspeelt. Een werkelijkheid waarbij een meer dan overvloedig drankgebruik (de titel geeft het al aan) zich laat opdringen. Jerofejev stapt, naar het schijnt, op de trein in het Moskouse Koerskstation, een boemel die hem naar z’n veronderstelde geliefde zal brengen, een vrouwspersoon die zo’n kleine 200 km verderop op het perron in Petoesjki, zoals hij zelf alsmaar aangeeft, hem zal opwachten. Onderweg worden er vele situaties beschreven en meer of minder interessante gesprekken gevoerd met medepassagiers die stuk voor stuk ook aan de drank zijn. Ook de treinconducteur laat zich, zo blijkt, makkelijk omkopen met drank, opdat ze de reis niet zullen hoeven te betalen. Een boek vol drankgebruik, de hoeveelheden gemeten in grammen, niet in volumes zoals wij gewend zijn. Er gebeuren vreemde dingen in de coupé, vreemde verschijningen duiken op, soms ook zo maar uit het niets. Brengt de trein hem uiteindelijk wel naar Petoesjki? Staat die zogenaamde vriendin hem daar echt op te wachten? Of heeft de schrijver Moskou nooit verlaten….? En hoe loopt het met Jerofejev af….?

Enkele citaten uit de coupé-gesprekken:

Als het eindelijk eens uit zou zijn met enthousiastelingen, grootse daden, vastberaden wilskracht! – en in plaats daarvan niets dan onzekerheid overal.
Waar voor geld alles te koop is:….daar heb je, diep weggescholen en bijna onzichtbaar, hebzuchtige en doodsbange ogen. Devaluatie, werkloosheid, verpaupering….
Het aller schoonste op de wereld is de bevrijding van de mensheid. (Dré zegt: bevrijding van politieke dictatuur en onderdrukkende voorschriften der godsdiensten?).
De graadmeter van een beschaving is de houding tegenover de vrouw. [Maxim Gorki].
Je moet respect hebben voor de duistere afgrond van andermans ziel, schouw ze in hun ziel en lap ze niet maar zo aan je laars..
Mededogen met de wereld en liefde ervoor zijn één. Liefde voor alle aardse vlees, voor elke moederschoot, en met de vrucht van elke schoot medelijden.
Mensen zijn stukken speelgoed in handen van kapitalistische ideologen, marionetten van kanonnenkoningen (en uiteindelijk kanonnenvoer, zegt Dré).
….dat een revolutie alleen iets nuttigs bereikt, als die zich voltrekt in het hart, en niet op de hoeken der straten.
Tranen en zuchten zullen ruimschoots opwegen tegen berekening en gekonkel der machthebbers.

Uitgave 2de druk 1990, G.A. van Oorschot in de vertaling van Mieke Lindenburg

We zagen wit

Ik knipte met een heggenschaar het verwilderde gras van de slootwal netjes kort. Een kennis kwam langs en liet met brede gebaren en mompelwoorden blijken dat hij me wilde meehelpen. Ik overhandigde hem mijn knipschaar en gaf hem instructies, wijzend naar m’n reeds gedane werk hoe hij moest knippen. Ikzelf ging op zoek naar de reserveschaar. Even later teruggekeerd zag ik hem driftig bezig, maar constateerde dat hij in de sloot was gaan staan. Was makkelijker, zei hij. Ik trok hem, K., een jongvolwassen man, uit de – bekroosde – sloot. Z’n schoenen en sokken, zo bleek, had hij gewoon aangehouden. Ik stuurde hem naar huis, het huis van z’n ouders, een twintigtal meter verderop. De volgende ochtend werd er in alle vroegte bij ons aangebeld. De ouders van K. Of wij wisten waar K. was en of hij misschien bij óns zou zijn; hij bleek verdwénen! Dat was schrikken, ondanks onze bekendheid met z’n bij tijd en wijle opduikende vlagen van vreemd gedrag. De politie was blij met ons telefoontje, want men had een ‘vreemde gast’, zoals werd opgemerkt, aangetroffen: een manspersoon, lopend met grote passen op blote voeten en er was sprake van een wild zwaaien met de armen, op het fietspad naast de Rijksweg richting G. Het signalement dat werd gegeven kwam ons bekend voor; we gaven de politie het adres op waar hij woonde. Nog diezelfde dag werd K. afgevoerd naar Z., opgenomen in een psychiatrische inrichting. K. bleek thuis onhoudbaar. De dag daarop zaten we in de bus naar Z. met het voornemen K. aldaar te bezoeken om te ervaren hoe het hem daar verging. We troffen hem aan in een soort van kale witte cel, vastgebonden op een wit ijzeren bed, gedeeltelijk onder een wit laken. We kregen geen contact met hem. Of hij ons herkende was maar de vraag; zwijgend bleef hij staren naar het plafond…..