Uitgelicht

 

WELKOM!

 

web_4a

Speelmoment (2005) uit Sartres ‘Huis Clos‘.       foto: Thom Binksma ©

Ik ben geïnteresseerd in onderwerpen van allerlei aard. Zie de “Categorieën” in de rechterkolom. Ook kunt u zoeken in de zoekbalk rechtsboven. Deze weblog bestaat sinds 2004.

VEEL PLEZIER!

P.S. Trekt u zich s.v.p niets aan van eventuele reclame-uitingen!  U kunt natuurlijk ook een Ad-Blocker nemen.

 

Advertenties

Sloophamers en betonboren

Kijk, we moeten ervan af! Geen standbeelden meer van lieden van vroeger of nu, hoe goed van karakter ze ook mogen of mochten zijn. Stel ze waren in bepaalde context goed en je komt er later, in een andere tijd, achter dat ze eigenlijk toch stiekem wel slecht waren, slechter nog dan ik, dan zit je ermee en zouden ze gesloopt moeten worden die betonnen creaties, want van gebleken slechteriken willen we geen standbeelden! Punt! Nu heb ik het over stand- en of borstbeelden (bustes) die geplaatst zijn op openbaar terrein. Daar kan je er niet omheen en zou je ongewild aan lieden kunnen worden herinnerd, lieden die we niet meer zien zitten. We moeten de zaakjes nu eenmaal zuiver houden en dat gelukt alleen maar zonder standbeelden die mènsen moeten voorstellen. Natuurlijk, alles op dat gebied wat zich in musea bevindt, dus in niet direct openbare ruimtes (je hoeft er immers niet naar toe), mag, nee moet, uiteraard blijven! Moet blijven terwille van de geschiedenis, want geschiedenis bepaalt de toekomst, en die hebben we hard nodig…..
Oké, dat betekent in de praktijk dat we op pad zullen moeten met sloophamers en betonboren. Zwaar materieel, want anders krijg je die krengen zo maar niet om. Goed.

Als het dan een al te grote kaalslag zou worden na onze hevige beeldenstorm, zouden we als vervanging kunstopbjecten kunnen plaatsen, bijvoorbeeld beeldjes van personages en of voorwerpen en uitvindingen die door beroemde of beruchte lieden zijn bedacht, want die objecten kunnen an sich nooit verkeerd zijn, zelfs atoombommen niet, laat staan nagemaakte. Dieren mogen ook, ja dieren…..

P.S. Straatnamen of namen anderszins, afkomstig van slechteriken, mogen uiteraard ook niet meer, ze zouden dan ook compleet weggevaagd moeten worden, die straten en of anderszinse dingen! Dat begrijp ú ook!

Ik, de neuroot

Waarom weet ik niet, ik keek omhoog naar de plafondlamp, flink hoog dat ding, pal boven m’n hoofd, en ik gezeten op de wc. Realiseerde me in een acute opwelling dat ik de plafondarmatuur in geen 20 jaar had gecontroleerd. Zou die inmiddels niet loszitten en wel zodanig dat-ie ieder ogenblik naar beneden kon storten om het op m’n hoofd nog net te voelen kapotslaan, hetgeen ongetwijfeld m’n dood zou betekenen?! Gehaast de wc verlaten, uiteraard in goede orde, en trapje gehaald voor het controleren. Bleek nog goed vast te ziten. Gerustgesteld was ik, maar  tijdens het volgende wc-bezoek zat ik toch niet helemaal rustig…..
Sinds de ervaring van het zojuist beschrevene zie ik nu overàl dat gevaar, overal dat  ‘zwaard’ van Damocles: liever niet probeer ik me dan ook op te houden op plekken waar dingen onverwacht naar beneden zouden kunnen storten, maar soms ontkom ik daar niet aan. In het theater bijvoorbeeld, – zitten die lichtspots, die schijnwerpers en of de geluidsboxen die soms rechtboven het publiek hangen wel goed gemonteerd? Ik heb al eens een keer gehad dat ik bij het voortdurend omhoogkijken bij dergelijke dreigingen een heel toneelstuk heb gemist. Verkeerslichten of richtingsborden die zwaar boven de weg hangen, net zoiets. Mijn leven moet sinds die opwelling in de wc-ruimte wel een hel zijn! 😉

Buurkatte

Iedere ochtend om half acht klopt hij bij ons aan, de spierwitte buurkatte. Krabbelt  aan de deur omdat-ie domweg bij ons naar binnen wil. Dat lukt hem altijd. Krijgt-ie een paar kattenbrokjes om vervolgens in ons huis een voor hem veilig plekje op te zoeken waar hij dan uren gaat liggen slapen. Achter de boeken in de boekenkast, achter het gordijn op de vensterbank of zo maar op een stoel. We laten hem dan maar in z’n doen, maar als-ie wakker wordt en toch even sociaal bij ons komt zitten, hij voelt dat kennelijk als een verplichting voordat-ie weer vertrekt, gaan we altijd gezellig met hem kletsen: Katte dit hè katte? Katte zus en zo hè katte? Hij kijkt je dan aan en begint gezellig te spinnen. Meestal spinnen we dan gewoon terug…..

Romantiek & Techno

Donderdagmiddag 11 januari 2018: We moesten maar weer eens op pad na herstel van m’n fysieke collaps. Immers, verder moeten we, vèrder! Op naar de Romantiek, die te bewonderen viel in het Groninger Museum. Veelal groots opgezette schilderijen van voornamelijk 19e eeuwse landschapschilders uit Nederland, Duitsland, Scandinavië en Groot-Brittanië. De bekendste namen: de Brit J.M.W. Turner en de Duitser Caspar David Friedrich. Maar wat is nou romantiek, hoe en waar ervaar je de prettige gewaarwording van romantiek? Voor mij persoonlijk bestaat de romantiek uit al of niet bestaande landschappen (als het tenminste om landschappen gaat), waar de aantrekkelijke verstilling te voelen is. De verstilling, waar je weg kan dromen. Waar nauwelijks of geen mensen te bekennen zijn. Paradijselijke plekken, waar je eeuwig wilt vertoeven, alleen of met een geliefde, maar dat eeuwige ook weer niet, want je wéét dat je op een gegeven moment weer naar huis wilt, omdat je ook moet overleven. Dat maakt het juist prachtig: beide trèkken aan je, de romantiek èn het weten dat je weer naar huis moet. Dat geeft de nodige spanning. Als je eeuwig in een voor jou romantische omgeving wilt  vertoeven, zullen je dromerige gevoelens op den duur vervagen: gebrek aan eten en het gaan missen van zekere luxe zullen de romantische beleving er niet mooier op maken….. 😉

blechen maanlicht

Best wel zin in een mystiek-romantische wandeling met de nachtzon.

De Tentoonstelling ‘De Romantiek in het Noorden‘, met als ondertitel ‘van Friedrich to Turner, is nog te zien t/m 6 mei 2018.

Vervolgens even uit eten bij Stadtlander om daarna de stadsschouwburg te gaan vereren met een bezoek. Want dames en heren, aldaar om 20.15 u. de balletvoorstelling ‘Tetris mon Amour‘ van Club Guy & Roni te aanschouwen.  Een voorstelling van een uur, en wàt voor één! Formidabel! Als ik dit noteer krijg ik nog kouwe rillingen. Wat een prestatie! Het uiterst strak mechanisch dansen, zoals computerpoppetjes in spelletjes dat onophoudelijk kunnen doen. Heftige techno-ritmes (slagwerk & elektronica), meestal wild, soms zwierig. Begeleid door het per definitie strakke doch beweegbare licht van alle kanten, aan en uit, psychedelisch, het licht waarvan je de stralen in de ruimte ook kon waarnemen omdat er toneelrook in de lucht hing. Een gigantische metalen beweegbare kubus, open, alleen de ribben, meer dan tweemans hoog, midden op het podium. Wat mij betreft moest dat meetkundige figuur, die kubus, de 4de demensie voorstellen: het was een continu in- en uitstappen wat een aanhoudend heen en weer bewegen van de alledaags-aardse 3e naar de moeilijker voor te stellen 4e dimensie (bewegingen in de tijd), of andersom, moest uitbeelden. Althans zo zag ik dat. Op het eind viel er een winnares aan te wijzen, hoewel ik niet gans begreep wat nu de wedstrijd, het spelletje, inhield. Nu ja, de eeuwige strijd tussen man en vrouw? Grappig: al het mechanische aan de uitverkorene was plots weggevallen. Er stond nu gewoon een mens van vlees en bloed die ter pleke een prachtige diadeem op haar hoofd kreeg aangemeten, en die, zoals het leek, een Oscar o.i.d. uitgereikt kreeg. Eén woord nog: Fan-Tas-Tisch!  Dit was weer een dag om een puntje aan te zuigen….!

Muziek: het voortreffelijke Slagwerk Den Haag.

Een impressie van Tetris, een dansvoorstelling van Club Guy & Roni

Extra informatie: ‘Tetris’ is ook de naam van een computerspel. Dat spel als aanjager voor explosieve voorstelling.

Hendrik

Hendrik ligt begraven op ’t kerkhof waar ik ooit zelf een boom heb mogen planten. M’n eigen boom! Nu volwassen, de boom. Een man hoort immers op z’n minst drie dingetjes klaar te spelen in z’n leven? Boom planten, kind maken en boek schrijven! Hup!, zo eenvoudig is het! Hendrik, zwaar gebocheld, had mij al menigmaal rongeleid over de begraafplaats en had me al die keren aangewezen waar hij kwam te liggen. Het graf was voor Hendrik z’n volgende huis, misschien een beter huis, want de krot waar hij bij leven woonde was eigenlijk onbewoonbaar. Ik heb hem daar in z’n armoede eens opgezocht, want ik wilde hem interviewen voor het dorpskrantje. Ik had het idee dat de dorpsbewoners wel eens wat meer zouden willen weten over Hendriks bedoening in een ver verleden als venter met de hondenkar, een kar volgeladen met niets anders dan te verkopen bokking, en voortgetrokken door een trekhond. Een trekhond, ja, bij gebrek aan pony of zo. Er is een tijd geweest dat zoiets nog gewoon was…..
Dus op naar Hendrik om hem te vragen voor een interview. Hij vond het goed en bood mij z’n kraakstoel aan die ook echt aan alle kanten kraakte zodra ik me erop verroerde. Het rook er een beetje naar schimmel, maar dat mocht hem de pret niet drukken. Mij werd onmiddellijk een borrel aangeboden. Het was nog vroeg in de middag, maar vond dat ik die niet kon afslaan. En dus moest Hendrik op zoek naar een extra borrelglaasje. Na enig gerommel achter het vale bloemengordijntje onder het aanrecht vond-ie er een. Hij maakte het ‘schoon’ met een smerig-ogend miezerig vaatdoekje en goot het vol met jenever. Ik gruwde, maar goot het in een keer achterover. M’n slokdarm brandde weg, maar liet niets merken. Nòg een borrel, want volgens hem kon je op één been niet staan. En daarna natuurlijk nog eentje…..
Goed, het gekeuvel nam een aanvang en ik herinner me nog dat we het over allerlei zaakjes hebben gehad, uitgezonderd z’n ventersleven. Hendrik’s hondenkar was in het geheel  niet aan de orde gekomen: we moesten volgens hem naar buiten, een rondje kerkhof trekken, langs de plek van z’n toekomstig graf. Zo’n vijftig meter van z’n huisje. Zo gezegd, zo gedaan.

Hij, Hendrik, ligt inmiddels al jaren in z’n graf. ‘k Loop er nog wel eens langs. Een fraaie steen op het graf, waar vlakbij m’n boom, een Japanse kers, nu volwassen staat te zijn. Nooit heeft de venter met de hondenkar een boek geschreven, een boom geplant en of een kind gemaakt, maar wie zal hem dat kwalijk nemen?
Wat ik nou precies over hem in het krantje heb geschreven weet ik niet meer, maar misschien valt dat nog ergens te achterhalen…..

 

Supra

M’n boom, de kerk en het kerkhof (als je goed kijkt).  Garrelsweer 2010.  foto: dré

Prikken

Mijn uitzicht biedt mij, op het bospad, een vrouw met een hond. Niks aan de hand, gebeurt vaker. Dan zie ik dat ze zo’n professionele vuilnisprikker bij zich heeft waarmee ze her en der, zowel op als naast het pad, de rommel opprikt en de buit in een afvalzak deponeert. Gewèldig!, maar schandalig natuurlijk dat zoiets nodig moet zijn. Maar ja, de mens als onverschillige factor! Het houdt maar niet op!

Show op afstand

Veertien jaar lang hebben wij oud-en-nieuwviering op afstand mogen beleven, terwijl we toch het gevoel hadden erbij te zijn: we hoorden niets, geen geknal, maar rondom, in de verre verte, wèl vuurpijlen. Binnen licht uit, gordijnen open en ongestoord genieten van vuurwerk boven Groningen, door het noorden heen, tot aan Delfzijl. Ook Hoogezand konden we nog meepikken. Zo ruimtelijk woonden we. Dat was onverdeeld genieten en we hoefden er niet voor naar buiten…..
Vandaag de dag wonen we op een andere plek, waar we voor het vuurwerk ook niet naar buiten hoeven. We zouden niet eens durven, omdat we dat veel te bedreigend vinden, want er kan je van alles overkomen: rotje in je oog, anderszins gewond raken, stikken in de rook, lastig worden gevallen door dronkaards en wat al niet! Doof, ja doofheid  kan je er ook bij oplopen. Niet leuk meer. Derhalve alle ramen en gordijnen dicht en van niets willen weten, als dat laatste al zou lukken, want tegenwoordig word je ook binnen geterroriseerd met absurd hevig knalwerk.

Vuurwerk: sinds het jaar 2000 16 doden.